Vakantie en stress: waarom vakantie alleen niet genoeg is
Sandra Djukanovic3 min leestijd
Veel organisaties zien vakantie als hét moment om op te laden. Maar wat als medewerkers na enkele weken alweer uitgeput zijn? In dit artikel lees je waarom vakantie stress en vermoeidheid tijdelijk vermindert, maar geen oplossing is voor structurele werkdruk. Ontdek waarom duurzaam herstel begint tijdens het werk en hoe organisaties met de juiste balans tussen belasting en herstel verzuim kunnen voorkomen en de duurzame inzetbaarheid van medewerkers versterken.
Het is misschien wel het meest gegeven advies dat ik als Business Partner Verzuim hoor.
"Je hebt het druk gehad. Neem anders even een paar dagen vrij."
"Ga lekker op vakantie, dan ben je er wel weer bovenop."
"Je bent toe aan rust."
Het is een goedbedoeld advies. En soms is het precies wat iemand nodig heeft. Rust is belangrijk. Herstel is essentieel. Vakantie draagt aantoonbaar bij aan het verminderen van stress en vermoeidheid.
Maar achter dit advies schuilt ook een misvatting.
Namelijk dat vakantie een oplossing is voor een probleem dat juist tijdens het werk ontstaat.
Herstellen is iets anders dan oplossen
Een vakantie kan ervoor zorgen dat iemand zich uitgerust voelt. Even afstand nemen van werk, een ander ritme, meer slaap en minder verplichtingen hebben een positief effect op ons welzijn.
Maar wanneer de omstandigheden op het werk na terugkomst precies hetzelfde zijn, zien we vaak dat de opgebouwde spanning langzaam weer terugkeert.
Dat is niet vreemd.
Vakantie neemt de belasting tijdelijk weg, maar verandert niets aan de oorzaak van die belasting.
Wanneer de werkdruk structureel te hoog is, verwachtingen onduidelijk zijn of iemand voortdurend meer energie verbruikt dan hij tijdens het werk kan herstellen, dan begint na de vakantie hetzelfde proces opnieuw.
Niet omdat de vakantie onvoldoende heeft geholpen, maar omdat het werk onveranderd is gebleven.
Waar is vakantie eigenlijk voor bedoeld?
Misschien stellen we onszelf die vraag te weinig.
Vakantie is bedoeld om afstand te nemen van het werk. Om tijd door te brengen met familie of vrienden. Nieuwe ervaringen op te doen. Te ontspannen. Op te laden na een periode van gezonde inspanning.
Niet om structureel bij te komen van een manier van werken die gedurende het jaar te veel energie vraagt.
Als vakantie vooral voelt als de enige periode waarin je weer enigszins jezelf wordt, dan is dat geen teken dat je vaker vakantie nodig hebt.
Het is een signaal dat er gedurende de werkweken onvoldoende ruimte is voor herstel.
Herstel hoort onderdeel van werk te zijn
In de wetenschap weten we al langer dat herstel niet uitsluitend plaatsvindt buiten het werk. Juist tijdens het werk zijn momenten van herstel essentieel om gezond en duurzaam inzetbaar te blijven.
Denk aan voldoende invloed op het eigen werk, realistische verwachtingen, afwisseling in werkzaamheden, ruimte om te pauzeren en sociale steun van collega's en leidinggevenden. Zulke factoren zorgen ervoor dat de belasting niet voortdurend oploopt, maar gedurende de werkweek ook weer kan afnemen.
Daardoor hoeft vakantie niet te fungeren als een noodrem.
Dan wordt vakantie weer waarvoor zij bedoeld is: een periode van ontspanning, plezier en nieuwe energie, in plaats van een noodzakelijke herstelperiode om het werk daarna weer vol te kunnen houden.
Een andere manier van kijken naar preventie
Binnen de arbodienstverlening spreken we veel over het voorkomen van verzuim. Daarbij richten we ons vaak op wat medewerkers kunnen doen om gezond te blijven.
Maar misschien begint preventie wel met een andere vraag.
Niet: "Hoe zorgen we ervoor dat medewerkers tijdens hun vakantie voldoende herstellen?"
Maar: "Hoe richten we het werk zó in dat medewerkers gedurende het hele jaar voldoende kunnen herstellen?"
Want hoe beter herstel onderdeel is van de gewone werkweek, hoe meer vakantie weer kan zijn waarvoor zij ooit bedoeld was.
Niet om te herstellen van werk.
Maar om te genieten van het leven buiten het werk.


